Elektrische zweefvliegtuigen

THIS PAGE IS ALSO AVAILABLE IN:

Elektrische luchtvaartuigen – vaststellen van een basis 

Nieuwe technologieën en innovatie moeten ergens beginnenZweefvliegtuigen.

Het omarmen van nieuwe technologieën in de luchtvaart begint vaak met zweefvliegtuigen. U vraagt zich misschien af waarom.  Zoals bijna altijd het geval is bij innovatie, loopt niet alles meteen op rolletjes. Als er bijvoorbeeld een nieuw brandstofsysteem moet worden getest, dan ligt het voor de hand om dit eerst bij een zweefvliegtuig te doen. Functioneert het systeem tijdens de testfase? Dan is dat natuurlijk geweldig nieuws! Zo niet, dan kan het zweefvliegtuig altijd nog uit zichzelf terug naar “huis” vliegen. Veiligheid staat voorop.

Elektrische motoren van zweefvliegtuigen – voldoen aan de veiligheidseisen

De eerste stappen in de richting van certificering voor een elektrisch aangedreven zweefvliegtuig werden in 1995 genomen met het Duitse Luftfahrt-Bundesamt (LBA) als verantwoordelijke nationale burgerluchtvaartautoriteit. EASA nam de procedure in 2003 formeel over, waarbij het LBA evenwel verantwoordelijk bleef voor de technische taken in verband met het vliegtuig, terwijl EASA de motor voor zijn rekening nam.
De toenmalige certificeringsspecificaties voor zweefvliegtuigen (CS-22) voorzagen niet in de mogelijkheid om zweefvliegtuigen met een elektrisch aandrijfsysteem uit te rusten. Zoals bij elke wijziging van de specificaties moesten EASA en het LBA eerst nagaan of een dergelijk systeem zou voldoen aan de vereiste om de veiligheid van de luchtvaart te waarborgen, d.w.z. “Zou het veilig zijn om ermee te vliegen?”

Bijzondere voorwaarde – eisen voor een elektrisch aandrijfsysteem

In 2006 hebben deskundigen van het directoraat Certificering van EASA de eisen voor een elektrisch aandrijfsysteem opgesteld in overleg met belanghebbenden in de luchtvaartsector, die de eisen konden controleren en EASA rechtstreeks feedback konden geven. Na de consolidatie van alle opmerkingen kon EASA de bijzondere voorwaarde ter aanvulling van CS-22 uitvaardigen om zo een volledige certificeringsbasis vast te stellen.

  • Als u geïnteresseerd bent in de technische informatie, bekijk dan de desbetreffende raadpleging op EASA Pro, die in 2006 is gepubliceerd.

Bijzondere voorwaarde – ontwerpkenmerken voor installatie 

Een tweede raadpleging was nodig om de ontwerpkenmerken voor de installatie van een elektrisch aandrijfsysteem op een zweefvliegtuig binnen het EASA-kader onder de loep te nemen. Welke voorzieningen voor energieopslag zouden veilig kunnen worden gebruikt? Oplaadbare accu’s, andere verschillende energieopslagtechnologieën zoals brandstofcellen of condensatoren, of hybride aandrijfsystemen? Opnieuw pleegden deskundigen van EASA overleg met de luchtvaartsector over de eisen, en in 2014 was dan de tweede stap voltooid.

  • Bekijk de raadpleging op EASA Pro voor meer informatie.

Laatste stap – aanpassen van de regelgeving

Zodra de technologie voor elektrische aandrijfsystemen en de installatie ervan een stabiel niveau bereiken, kan een voorstel tot wijziging van de Europese regelgeving worden ingediend. Zoals bij elke wijziging van bestaande of nieuwe normen voor luchtvaartveiligheid zal EASA hierover een besluit van het Agentschap publiceren.

Huidige stand van zaken

Er zijn nu al een aantal elektrische aandrijfsystemen voor zweefvliegtuigen beschikbaar en de fabrikanten zullen de vraag zien groeien. In Europa kent het marktsegment drie hoofdsystemen voor elektrische aandrijfsystemen – alle drie gecertificeerd door EASA en veilig in gebruik.
Ondertussen gaan de luchtvaartsector en onderzoeksinstellingen op zoek naar nog nieuwere technologieën, bijvoorbeeld op basis van waterstof of biobrandstoffen, om na te gaan of deze de door motoren aangedreven zweefvliegtuigindustrie op de lange termijn kunnen verduurzamen.